Huis te Vraag

‘k Ging naar begraafplaats Huis te Vraag
Om nieuwe verzen op te halen.
Ze liggen er los in de haag
Waarop de zonnestralen stralen

Vooral wanneer het als vandaag
Geregend heeft met lange halen
En er uit elke wolkenvlaag
Zo weer een stortbui neer kan dalen.

Maar ‘t hek was dicht hoewel het uur
Van sluiten nog niet had geslagen
En plots maakte ik me hevig zorgen:

Houden die verzen ‘t wel tot morgen?
Als ze daar in de haag vervagen,
Is dat een ramp voor de cultuur!

Hendrik van Teylingen (6 juni 1938 – 25 december 1998)

In één van de duizend-en-enige bloemlezingen van Gerrit Komrij struikelde ik gisteren over een gedicht van Hendrik van Teylingen. Het gedicht ging over een kindergraf en werkte nogal op de lachspieren. Niet omdat het met overdreven pathos geschreven was, het tegendeel was eerder het geval.

Van Teylingen, zo begreep ik uit het bijgaande essay, was een prominent aanhanger van de Hare Krishnabeweging (een polderhindoe, schrijft Komrij, met een verwijzing naar J.A. Dèr Mouw). Maar in tegenstelling tot wat je verwachten zou staan zijn gedichten niet blauw van de wierookdampen. Ze zijn eerder van een bijna koddige nuchterheid. Een interessante paradox. Omdat ik nog nooit van de man had gehoord snorde ik wat informatie over hem op.

Tot mijn verbazing blijkt zijn as te rusten op Huis te Vraag, waar ik drie of viermaal per week voorbijwandel. Omdat de dodenakker alleen onder kantooruren open is, kom ik er niet zo vaak als ik zou willen. Toch struin ik er zeker eens in de twee maanden rond. Ik wist niet beter of de begraafplaats was sinds 1962 niet meer in gebruik, maar de urn met Van Teylingens as is er in 1998 – euh – in de maneschijn begraven door zijn nabestaanden. De grafsteen met het gedicht van zijn hand – hij publiceerde vlak voor zijn overlijden een hele bundel over Huis te Vraag – stond er toen al, voor zover ik begrijp.

Vanmorgen passeerde ik Huis te Vraag op weg naar m’n werk. Aan de druppels op de fietszadels was te zien dat het geregend had. Hier en daar dreven indrukwekkende wolken, waaruit zo weer een stortbui neer had kunnen dalen. Het uur van openen had nog niet geslagen, maar het hek was open – de beheerster kwam juist aanfietsen en was zelfs zo vriendelijk me de steen met Van Teylingens gedicht te wijzen. Over de nabije toekomst van het vers hoefde ik me dus geen zorgen te maken.

Nu maar hopen dat de gemeente in 2012, wanneer de periode van grafrust voor Huis te Vraag afloopt, besluit om de begraafplaats niet te ruimen. Dat zou pas echt een ramp zijn – niet alleen voor het unieke stukje Amsterdam dat naar de ratsmodee gaat, maar ook, nou ja, voor de cultuur dus.

3 Reacties naar “Huis te Vraag”

  1. Interessant. De paradox komt wellicht van een gereformeerd predikant van een vader, wat denk jij? Maar raad eens wat ik net achter kwam? Trivialer dan de toekomst van de cultuur, kijk maar: Teylingen was ook vader, o.a. van een zekere Louise (tweede dochter uit zijn eerste huwelijk) die met een zekere Henk Schiffmacher huwde (voor wie zij nummer 4 was, trouwens). Wiens gezamenlijke dochter Morisson ooit drie kruizen op twee polsen tatoeëerde. Echt waar.

  2. Jij hebt gelijk: idd niet de dochter van Louise!

  3. Weet je wat pas literair laid (eh ik bedoel leed) is ? Dat ik nu al een maand of 3 ofzo iedere keer verwachtingsvol op deze bladwijzer klik, dorstig naar één jouwer pennevruchten, en achterblijf met onthoudingsverschijnselen…

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.